Jan Schepens aan het woord

Jan Schepens

Aan het woord

Allround artistiek talent Jan Schepens laat zich niet in één hokje duwen. Hij is evengoed thuis op de bühne van een theaterproductie als op een tv-set of in een musical. Waar hij ook nog steeds ‘thuis’ is: Sint-Martens-Latem.

Heb je fijne herinneringen aan Latem?

“Absoluut! Ik woonde en liep hier school van pakweg mijn vierde. Veel van mijn herinneringen spelen zich buiten af. Te voet naar school, ravotten en kampen bouwen, voetballen en rondhangen … een zorgeloze tijd op een benijdenswaardig mooie locatie. Als student werkte ik nog in de kunsthoeve. En een van mijn favoriete plekjes is de aanlegsteiger aan de Leiebocht.”

Onze regio bezielde veel kunstenaars. Vind jij hier ook inspiratie?

“De Leie met zijn populieren, glooiende horizon, charmante dorpskern … logisch dat je hier lyrisch van wordt. Ik ga graag fietsen en hardlopen: fysieke inspanning en tegelijk een moment van bezinning.”

Is sport een uitlaatklep?

“Ik heb niet zo veel tijd om te sporten, maar ben er wel aan verslingerd. De tennisclub was vroeger mijn habitat. Ik tennis nu nog, zij het minder. Maar de club is mij nog altijd zeer genegen.”

Voor je werk kruip je in andermans huid. De ene keer op een tv-set, dan weer in een musical zoals 40-45. Van slechterik naar verzetsstrijder: een kleine stap?

“De variatie tussen tv, film, musical en theater maakt mijn werk boeiend. Ze verschillen onderling, maar vullen elkaar ook aan. In België word je al snel in een vakje gestopt. En dat terwijl je ervaring met het ene medium vaak een leerschool is voor het andere. Ik proef graag van zoveel mogelijk dingen.”

Momenteel woon je in Astene?

“Ja, ook te midden van het groen. Onze kinderen gaan in Latem naar school, en je vindt mij hier nog vaak. In mijn leven lijkt veel met elkaar verweven. Als ik een boek lees of een serie volg, bekijk ik de dingen vaak door een professionele bril: om er iets van op te steken. Toen ik aan het conservatorium studeerde, leek die biotoop verbonden met mijn woonplaats omdat de toneelafdeling in de landelijke Boesdaalhoeve huisde. En vandaag woon ik weliswaar niet meer in Latem, maar mijn hart ligt er nog steeds.”