Een sacraal huis, recht uit de jaren ’70

Wassenhove

EEN SACRAAL HUIS, RECHT UIT DE JAREN ’70

Beton. Hout. Glas. Ongerepte natuur. Dat is de Woning van Wassenhove. Maar sinds dit ontwerp van de (ten onrechte weinig bekende) Vlaming Juliaan Lampens in langdurig bruikleen kwam bij Museum Dhondt-Dhaenens, is de Woning van Wassenhove (1972-1974) ook meer.

In de winter worden er kunstenaars en denkers ontvangen. In de zomer is de woning – hoogst uitzonderlijk voor een ontwerp van dergelijke hoge kwaliteit – te huur, voor korte verblijven.

Brutalisme

Beton, is dat wel zo’n prettig materiaal om in te leven? De Woning van Wassenhove laat van dat soort twijfels niets heel: de massiviteit van het beton wordt doorbroken door de warmte van het hout en het steeds wisselend spel van invallend licht. ‘In feite heerst er een beetje een sacrale sfeer’, vertelt Charlotte Crevits, curator van Museum Dhondt-Dhaenens. ‘Albert Van Wassenhove, een heel belezen man met een grote liefde voor kunst en architectuur, had de Onze-Lieve-Vrouwe-kapel van Kerselaere gezien. Hij was erg onder de indruk van de sfeer die de architectuur daarvan opriep. Dus hij ging op zoek naar de architect van de kapel: Juliaan Lampens. En je ziet deels een overlapping in de ontwerpen: de woning heeft een beetje de sfeer van de kapel meegekregen.’ ‘Lampens’ architectuur heeft een grote plastische kwaliteit. De Woning Van Wassenhove heeft, gezien van buiten, iets van een enorme sculptuur. Lampens was zelf ook actief als schilder, iets wat doorschemert in de plastische kwaliteiten en de lijnvoering van de plannen…’ ‘Lampens was niet echt een reiziger’, vertelt Crevits. ‘Hij bleef in België.’ De wereld kwam naar hem toe, in de vorm van Expo ’58. ‘Door Expo ’58 heeft hij de switch naar radicale architectuur gemaakt. Er is dan duidelijk invloed van Le Corbusier en Van der Rohe, maar net zo goed van de Noorse en Finse paviljoenen op de Expo, met name hun eenvoud van materialen.’ Voor een architect die amper reisde, is Lampens postuum toch aan een mooie internationale carrière begonnen. In 2014 wijdde het vermaarde Japans architectuurmagazine A+U een hele editie aan hem. ‘Dat nummer is volledig uitverkocht geraakt’, vertelt Crevits. ‘We krijgen ook heel regelmatig aanvragen uit het buitenland, van architecten.’

Een Latem van vroeger

Wat te doen, met een dergelijke woning, als je die in bruikleen krijgt? ‘We wilden niet dat het louter decor wordt, zo’n toeristische plek die voortdurend platgelopen wordt’, stelt Crevits. Na enige brainstormen kwam het museum tot de volgende formule. In de winter staat de woning open voor kunstenaars, schrijvers en denkers; in de zomer voor iedereen. Dan vind je Woning van Wassenhove zelfs op AirBNB. ‘Het huis is ideaal voor kortverblijven’, zegt Crevits (en ze spreekt uit ervaring). ‘De architectuur functioneert volgens dag/nacht-verloop. Je wordt wakker met de zon en het idee is dat je ook weer gaat slapen met de zon. De oost- en de westkant zijn open, dus je krijgt een voortdurende verandering van de architectuur door het licht. Ook de reflectie in de vijver is erg belangrijk; die geeft een projectie op de muur, die je niet elk moment ziet. Het is trage architectuur, die je gedurende een dag en een nacht rustig moet beleven. Er zijn amper modernistische woningen waarin je dat kan.’

‘Wat mensen niet verwachten, met zo’n etiket als brutalisme, is hoe warm de ruimte is. ‘Behalve het beton is er ook heel veel hout en dat warmt het beton als het ware op. Mensen kijken daar echt van op, als ze in de woning verblijven.’ Woning van Wassenhove blijkt vanbinnen even bijzonder als vanbuiten. Beïnvloed door de tijd waarin het huis ontstond zijn er geen kamers, alleen zones. ‘Lampens pikte bij de modernisten het idee op dat architectuur het leven binnen kan veranderen. Door de open slaap- en woonruimtes heb je minder privacy, maar anderzijds ook geen barrières.’ Er was ook altijd een duidelijk centrum: de open haard (waarrond het gezin zich verzamelt) of in dit geval een bureau (want de eigenaar woonde er alleen). De tuin is, in tegenstelling tot andere verkavelingen in de buurt, niet afgeplat: de glooiing in het terrein is behouden, de tuin is wild gelaten. Je krijgt een idee van hoe Latem vroeger was, landelijker, ruimtelijker. En dat is een bestemming waaraan je je niet verwacht, als iemand je uitnodigt voor een weekendje in een betonnen huis.

www.museumdd.be/nl/informatie/